Het Besluit van de Vlaamse Executieve van 6 februari 1991 (B.S. 26 juni 1991) houdende vaststelling van het Vlaams Reglement betreffende de milieuvergunning, beter bekend als "titel I van het VLAREM" of "VLAREM I", is van kracht sinds 1 september 1991. Sindsdien passeerden heel wat wijzigingen de revue. Deze zijn te vinden op de website www.lne.be en www.emis.vito.be/navigator.In VLAREM I worden de procedures van de melding en de vergunningsaanvraag nader bepaald. In bijlage 1 van VLAREM I is tevens de lijst van de als hinderlijk te beschouwen activiteiten opgenomen. Niemand mag een inrichting, zijnde fabrieken, werkplaatsen, opslagplaatsen, machines, installaties, toestellen of handelingen, opgenomen in deze indelingslijst uitbaten zonder over een milieuvergunning of aktename te beschikken. De integrale VLAREM-wetgeving inclusief de lijst van hinderlijke inrichtingen is te raadplegen op de Navigator Wetgeving Leefmilieu, Natuur en Energie op www.emis.vito.be/navigator en op www.lne.be/themas/vergunningen/regelgving.
Er werd een koppeling ingevoerd tussen de stedenbouwkundige vergunning en de milieuvergunning. Deze koppeling bestaat er in dat de stedenbouwkundige vergunning voor een inrichting waarvoor een milieuvergunning vereist is, of die onderworpen is aan de meldingsplicht, wordt geschorst zolang de milieuvergunning niet definitief is verleend of de melding niet definitief is gebeurd. Voor meer gedetailleerde informatie kan u terecht op de website www.lne.be of www.emis.vito.be/navigator .
De hinderlijke inrichtingen worden in drie klassen ingedeeld, naargelang de graad waarin zij geacht worden belastend te zijn voor mens en leefmilieu. De klasse-indeling van een bedrijf gebeurt dus op basis van de aard en de omvang van de activiteiten die erin plaatsvinden.Deze indeling bepaalt het verloop en de duur van de milieuvergunningsprocedure, de milieu-verplichtingen en dikwijls het gemeentelijk en/of provinciaal fiscaal regime waaraan het bedrijf onderworpen is.Klasse 1-inrichtingen dienen een milieuvergunning aan te vragen bij de Deputatie van de Provincie (Directie Economie, Landbouw en Leefmilieu, Dienst Leefmilieu, Provincie Vlaams-Brabant, Provincieplein 1, 3010 Leuven, www.vlaamsbrabant.be ).Klasse 2 en 3-inrichtingen moeten hun aanvraag/melding indienen bij het College van Burgemeester en Schepenen (Dewalsplein 30, 3070 Kortenberg).Belangrijk is wel om over de meest recente versie van de indelingslijst te beschikken. De gecoördineerde lijst van hinderlijke inrichtingen is te raadplegen op de Navigator Wetgeving Leefmilieu, Natuur en Energie op www.emis.vito.be/navigator en op www.lne.be/themas/vergunningen/regelgeving .
Terwijl VLAREM I o.a. de milieuvergunningsprocedures regelt, beschrijft VLAREM II de exploitatievoorwaarden waaraan een exploitant dient te voldoen. Ook bij het toekennen van de milieuvergunning kunnen bijkomende milieuvoorwaarden opgelegd worden.De algemene milieuvoorwaarden uit VLAREM II (Deel 4 VLAREM II) zijn van toepassing op alle ingedeelde inrichtingen.De sectorale milieuvoorwaarden uit VLAREM II (Deel 5 VLAREM II) zijn van toepassing op de inrichtingen die een bepaalde activiteit uitoefenen, volgens de overeenstemmende VLAREM-rubrieken.Bijzondere voorwaarden zijn voorwaarden die opgelegd worden aan individuele inrichtingen in de milieuvergunning of bij de melding, en zijn meestal een gevolg van plaatselijke omstandigheden.Voor sommige sectoren gelden dan weer de integrale milieuvoorwaarden. De milieuwetgeving stelt voor houtbewerkingsbedrijven en voor garages en carrosseriebedrijven welomschreven "standaardinrichtingen" vast (Deel 5bis van VLAREM II). Deze bedrijven zijn enkel meldingsplichtig (klasse 3), waardoor het volstaat een eenvoudige melding bij de gemeente in te dienen om nieuwe activiteiten en/of veranderingen te kunnen uitbaten. Voor elk van de standaardinrichtingen is alle toepasselijke milieu-wetgeving samengebracht in 1 pakket nl. de integrale milieuvoorwaarden, waardoor deze standaardinrichtingen niet alle algemene en sectorale milieuvoorwaarden moeten gaan nalezen.