Richtingwijzer

Verlichting

Verlichting kan tot 15% van uw elektriciteitsfactuur uitmaken (600 kWh/jaar). Ondanks de opmars van de spaar- en LED-lampen komt de verlichting zo na de warmwaterboiler en koelen en vriezen op de derde plaats voor het elektriciteitsverbruik. Een toenemend aantal lichtpunten en zeker de trend naar buitenverlichting is hier niet vreemd aan. Europa plant alvast een gefaseerde uitdoving van de verkoop van de inefficiënte gloeilamp.


Hoe kiezen

- Gloeilampen zetten slechts 10% van de elektriciteit om in licht, 90% gaat verloren als warmte. Het zijn dus ware energieverslinders.
- Spaarlampen zijn wat duurder in aankoop maar renderen enorm snel: ze gaan 6 tot 15 keer langer mee en verbruiken 4 tot 5 keer minder energie voor dezelfde hoeveelheid licht. Kies bij voorkeur voor spaarlampen met een hoge levensduur van bijv. 15.000 branduren: die gaan effectief langer mee en kunnen beter tegen veelvuldig aan- en uitschakelen. Verkijk je niet op de duurdere aanschafprijs: een gezin dat 10 gloeilampen van 60 W vervangt door spaarlampen van 12 W bespaart op termijn tot 800 euro! Spaarlampen bestaan tegenwoordig in alle vormen en maten, zowel voor schroeffitting als steekfitting. De standaard spaarlamp met de gekende kleine buisvorm is aan te raden in alle gesloten armaturen. De ’compacte spaarlampen‘ (peer- of kaarsvormig) hebben dezelfde vorm als traditionele gloeilampen. Door het extra omhulsel presteren ze iets minder dan hun ‘naakte‘ collega‘s, maar zijn meer geschikt voor open verlichtingsapparaten waarbij uw oog meteen op de lichtbron valt. Kies alleszins voor spaarlampen met energielabel A en lange levensduur. Het vermogen van de spaarlamp bekomt u door het vermogen van de te vervangen gloeilamp te delen door 4.
- TL-buislampen of fluorescentielampen zijn nog zuiniger dan spaarlampen en zijn een aanrader voor badkamer, garage, kelder, keuken en boven de eettafel. Kies dan wel voor de hoogfrequente TL-lampen met elektronisch voorschakelapparaat (EVSA). Die hebben een langere levensduur, flikkeren niet bij het ontsteken en zijn zuiniger dan de klassieke TL-lampen. Er bestaan adaptorsets om in oude armaturen eenvoudig over te stappen van de oude T8-lampen naar de nieuwe en efficiëntere T5-lampen.
- Halogeenlampen hebben ook een langere levensduur, maar zijn maar beperkt (15 à 50%) zuiniger t.o.v. de gloeilamp. Halogeenstaanlampen die sfeerverlichting creëren naar het plafond toe, hebben vaak een vermogen van 300 tot 500 Watt.
- Let er bij de aankoop van luchters of andere lamphouders op of ze geschikt zijn voor het gebruik van spaarlampen.
- Sommige LED-lampen zijn nog zuiniger dan TL-verlichting. LED-verlichting is aan een flinke opmars bezig en hebben alvast een zeer lange levensduur: tot 50.000 branduren, wat neerkomt op 17 jaar bij 8 uur per dag. De markt is in volle beweging: iets om in de gaten te houden voor de toekomst!
- Vermijd tuinverlichting of kies voor een systeem op zonne-energie! Niet zelden wordt energiebesparing op binnenverlichting teniet gedaan door de invoering van buitenverlichting die dikwijls nodeloos blijft branden, zelfs met spaarlampen. Weet dat ’licht voor de veiligheid‘ enkel helpt bij voldoende sociale controle. Verlichting zonder controle maakt het inbrekers alleen maar gemakkelijker.


Tips voor zuinig gebruik

- Laat geen lichten onnodig branden. Voor buitenverlichting of in een traphal kan je desnoods werken met een schakelklok, timer, bewegingsmelder of lichtsensor. Hou er wel rekening mee dat sensoren ook een eigen verbruik hebben.
- Maak zoveel mogelijk gebruik van daglicht. Zit zo dicht mogelijk bij het raam om te lezen of te werken. Plaats geen grote planten op de vensterbank; als u ze lager plaatst dan het raam, krijgen ze nog steeds voldoende licht, zonder de kamer te verduisteren.
- Voorzie een goede spreiding van ramen in de gevels. Hoge ramen geven veel licht.
- Geef wanden, plafonds en vloeren een lichte kleur. Lichte kleuren weerkaatsen het licht, zodat het van overal lijkt te komen. Lichtgekleurde vensterbanken zijn zeer efficiënt om het daglicht verder in de kamer te brengen en een goedgeplaatst lichtgekleurd vlak kaatst het terug de kamer in.
- Beperk het aantal lichtpunten door de lamp op de juiste plaats te gebruiken. Hangt er enkel basisverlichting die in de hele kamer ook voor werkverlichting moet zorgen, dan is de lamp waarschijnlijk te sterk voor het grootste deel van haar branduren. U kunt ze beter vervangen door een minder sterke lamp en op de juiste plaats voor een extra lamp zorgen die u enkel inschakelt als het nodig is. Voorzie in de keuken lichtpunten boven de werkvlakken.
- Maak lampen en lampenhouders regelmatig schoon, dit kan hun rendement tot 40% verbeteren.
- Lampenkappen houden veel licht tegen. Met een kap in een lichtere stof vermijdt u dat u een sterkere lamp nodig hebt.


Weetjes over verlichting

- Lichtbehoefte stijgt met de leeftijd. Een kind van 10 jaar heeft 175 lux nodig om te lezen (lux is de hoeveelheid licht die door een bepaalde oppervlakte wordt opgevangen). Een persoon van 40 jaar heeft 525 lux nodig en iemand van 60 jaar 2500 lux. Pas de verlichtingssterkte aan de bewoners aan.
- Het is nog steeds zo dat de meeste spaarlampen 1 tot 2 minuten nodig hebben om de volle lichtsterkte te bereiken. Er bestaan ook ’snelstart‘-spaarlampen die bijna onmiddellijk het volle lichtvermogen leveren en daarom ideaal zijn voor een hal of trapzaal.
- De ’warmte‘ van het licht wordt uitgedrukt in graden Kelvin (K). Hoe lager de kleurtemperatuur, hoe warmer het licht. Dit gaat van 2700 K (extra warm wit) tot 6000 K (koelwit). Voor woonkamers kiest u best lage kleurtemperaturen, bijvoorbeeld met kleurcode 827, wat overeenkomst met extra warm wit. Kleurcode 830 geeft gewoon warm wit en is meer geschikt voor kantoren en winkels.
- Soms vindt u op de verpakking ook de aanduiding CRI of Ra. Een lamp met een CRI-waarde boven 80 zorgt er voor dat ook binnen de kleuren correct weergegeven worden.
- Er zijn in de handel dimbare elektronische spaarlampen die dimmen van 100 naar 10%.
- Aan- en uitschakelen van een (spaar)lamp vraagt trouwens géén extra energie. Er bestaan spaarlampen met een ingebouwde lichtsensor die aanschakelen in het donker en weer uit gaan als het licht wordt.
- Defecte spaar- en tl-lampen zijn klein gevaarlijk afval dat u gratis op het containerpark kan afgeven. Afgedankte gloei- en halogeenlampen horen bij het restafval (en niet in de glascontainer). LED-lampen ter vervanging van gloei- of halogeenlampen vallen onder het recupel-systeem en moeten naar het containerpark of het verkooppunt
- Beperk bij buitenverlichting zo veel mogelijk lichthinder. Kies voor zo klein mogelijke lampen en voor armaturen die het licht bovenaan en zijdelings afschermen en zo enkel het doelgebied verlichten.

Footer