Een gebouw kan (een van) de volgende hoofdfuncties bezitten: - wonen, - verblijfsrecreatie (oa vakantiehuisje), - dagrecreatie (bijvoorbeeld een sporthal), - landbouw in de ruime zin, - handel, horeca, kantoorfunctie en diensten, - industrie en ambacht, - gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen. Ook omgekeerd geldt dat u een stedenbouwkundige vergunning nodig hebt om een gebouw dat niet als woning bedoeld is toch als woning te gebruiken. Voorbeelden hiervan zijn: - een hoeve in landbouwgebied gebruiken als woning, zonder bijhorende landbouwactiviteit, - een gebouw in recreatiegebied permanent bewonen, - een loods omvormen tot woning. Vrijstelling* Het in een woongebouw uitoefenen van functies, die complementair zijn aan het wonen, zoals kantoorfunctie, vrij beroep, handel, horeca, dienstverlening en ambacht, is vrijgesteld van vergunning, als aan elk van de volgende vereisten is voldaan: - het woongebouw is gelegen in een woongebied of in een daarmee vergelijkbaar gebied, - de woonfunctie blijft de hoofdfunctie van het gebouw, - de complementaire functie beslaat minder oppervlakte dan de woonfunctie en nooit meer dan 100 vierkante meter, - de complementaire functie is niet strijdig met de voorschriften van stedenbouwkundige verordeningen, ruimtelijke uitvoerings plannen, plannen van aanleg en verkavelingsvergunningen. Een tijdelijke gebruikswijziging van een gebouw, met een maximale duur van negentig dagen per jaar, is altijd van vergunning vrijgesteld. Voorbeeld: De familie Jacobs heeft een fruitbedrijf. Tijdens het oogstseizoen willen ze de garage inrichten als tijdelijke verkoopsruimte. Zolang dit gebruik per jaar niet langer duurt dan 90 dagen per jaar is hiervoor geen stedenbouwkundige vergunning vereist.. Melding*Binnen deze categorie zijn er geen meldingsplichtige werken.