22/07/2011 Vandaag keurde de Vlaamse Regering op voorstel van Vlaams minister van Ruimtelijke Ordening Philippe Muyters en Vlaams minister voor Leefmilieu Joke Schauvliege de startnota goed die de principes vastlegt voor de omgevingsvergunning. Dit is een eerste stap naar de langverwachte unieke vergunning, het samensmelten van de stedenbouwkundige en de milieuvergunning. De omgevingsvergunning geeft verder uitvoering aan de conceptnota ’Versnellen van investeringen‘.Met het invoeren van de unieke omgevingsvergunning zullen initiatiefnemers niet langer een aparte stedenbouwkundige vergunning en milieuvergunning moeten aanvragen, bij verschillende overheden. De omgevingsvergunning geeft de toelating om zowel te bouwen als te exploiteren. Dit systeem snoeit niet enkel in het aantal te doorlopen procedures, maar het zorgt tevens voor een transparant vergunningensysteem. Tijdswinst wordt gekoppeld aan efficiëntie. Zo dient de initiatiefnemer zijn aanvraag in bij één uniek loket, waarna één openbaar onderzoek en één adviesronde wordt georganiseerd. Als sluitstuk wordt nadien de omgevingsvergunning afgeleverd door één bevoegd niveau. De bevoegdheidsverdeling van de omgevingsvergunning zal afhankelijk zijn van de omvang, de mogelijke effecten, de aard en de ligging van het project. Het gemeentelijk niveau is voor het gros van de aanvragen bevoegd. Enkel voor die projecten die omwille van hun aard of impact een bovenlokale afweging vergen, zal een beslissing genomen worden op een bovenlokaal niveau. In de komende weken zal door de Vlaamse Regering een lijst worden opgemaakt van gemengde projecten die een dergelijke bovenlokale afweging vergen.In de startnota geeft de Vlaamse Regering aan welke projecten van bovenlokaal belang zijn en door welke vergunningverlenende overheid ze moeten worden beoordeeld. Zo zullen de vergunningsaanvragen voor de meest milieuhinderlijke inrichtingen door de deputatie van de provincie worden beoordeeld. Strategische projecten zoals grootschalige infrastructuurprojecten, waterbeheersingswerken of natuurinrichtingsprojecten, zullen worden beoordeeld door de Vlaamse Regering. In dit nieuwe systeem wordt ook werk gemaakt van een betere samenwerking en een oplossingsgerichte houding van de Vlaamse administraties. Zo zal voor de meer complexe dossiers een op te richten omgevingsvergunningscommissie, een syntheseadvies geven. Binnen die commissie zal er afstemming zijn tussen de Vlaamse overheidsdiensten. Dit moet in de toekomst vermijden dat tegenstrijdige adviezen verleend worden door administraties van eenzelfde overheidsniveau.De vandaag goedgekeurde startnota is een belangrijke eerste stap die de basis legt voor de unieke omgevingvergunning. De nota wordt nu verder uitgewerkt in overleg met de VVSG en VVP en zal tegen eind 2011 resulteren in een concreet ontwerp van decreet.De Vlaamse ondernemers waren hiervoor al geruime tijd vragende partij. Zowel in de recente evaluatie van het Vlaams beleid door VOKA als in de aanbevelingen voor een efficiënt vergunningenbeleid van UNIZO werd het ontbreken van de unieke vergunning als een prioritair punt naar voor geschoven. Met de omgevingsvergunning zet deze Vlaamse Regering verder in op een ondernemersvriendelijk klimaat, met een efficiënte en oplossingsgerichte overheid als ondersteuning...
26/07/2011 Op voorstel van Vlaams minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur Joke Schauvliege heeft de Vlaamse Regering het principe van de permanente milieuvergunning goedgekeurd. Binnen dat systeem zal de vergunningverlenende overheid de milieuvergunning voor een onbepaalde termijn verlenen. De milieuvergunning zal wel periodiek gecontroleerd, geëvalueerd en waar nodig bijgestuurd worden. Indien de hinder niet kan beperkt worden tot een aanvaardbaar niveau, kan de milieuvergunning zelfs geschorst of opgeheven worden. Het voorstel van Vlaams minister Joke Schauvliege over de invoering van een permanente milieuvergunning past volledig in het kader van de uitwerking van de omgevingsvergunning waarvoor de Vlaamse Regering afgelopen vrijdag het startschot gaf. Voor een volledige integratie van de milieuvergunning en de stedenbouwkundige vergunning, is het noodzakelijk dat de uitvoerbaarheid van deze vergunningen op hetzelfde ogenblik start, maar ook dat de vergunningen even lang geldig blijven. Minister van Leefmilieu Joke Schauvliege: “Milieuvergunningen worden nu voor maximaal 20 jaar afgeleverd. Om volledig parallel te kunnen lopen met de stedenbouwkundige vergunning zal dat in de toekomst voor onbeperkte duur zijn, met name permanent. Na 20 jaar zal men dus geen nieuwe milieuvergunning meer moeten aanvragen. Ook in onze buurlanden Duitsland, Frankrijk en Nederland is de milieuvergunning al permanent.”De concrete juridische krijtlijnen worden nu verder uitgewerkt. In principe wordt verwacht dat de permanente vergunning zal ingevoerd worden samen met de inwerkingtreding van de omgevingsvergunning. Een ontwerp van decreet hierover zou moeten klaar zijn tegen december 2011.De permanente milieuvergunning mag geen afbreuk doen aan de slagkracht van de overheid om de risico‘s en de hinder van inrichtingen en de impact ervan op de milieukwaliteit onder controle te houden. Dit veronderstelt tenminste dat de VLAREM-inrichtingen aan een periodieke controle en evaluatie worden onderworpen. Desgevallend kan dit leiden tot een herziening van de vergunning. Het systeem van een periodieke controle en evaluatie wordt vandaag al voorzien in een aantal Europese richtlijnen. Zo verplicht de richtlijn 201/75/EU inzake industriële emissies de lidstaten ertoe de vergunningsvoorwaarden bij te stellen wanneer een nieuw of bijgesteld beste beschikbare technieken (BBT)- referentiedocument wordt aangenomen. Conform die richtlijn moeten de inrichtingen die vallen onder het toepassingsgebied sowieso om de vier jaar worden geëvalueerd.Een milieuvergunning zal, net zoals de toekomstige unieke omgevingsvergunning, nog steeds in de tijd beperkt kunnen worden, bv. bij tijdelijke inrichtingen en herlokalisatie. Vlaams minister Schauvliege: “De permanente milieuvergunning levert een economisch voordeel op, is een substantiële vermindering van de administratieve last en biedt meer zekerheden voor de exploitant, zonder afbreuk te doen aan de slagkracht van de overheid om de risico‘s en de hinder van inrichtingen onder controle te brengen en te houden.”..